Kies grenzeloos

VERGELIJK DE BELANGRIJKSTE STANDPUNTEN* VAN POLITIEKE PARTIJEN OP HET VLAK VAN INTERNATIONALE SAMENWERKING. KIES WELOVERWOGEN. KIES GRENZELOOS!

Onze toekomst is steeds meer verweven met zowel de mensen die dichtbij huis wonen als die ver weg wonen. De problemen waar we vandaag de dag mee te maken hebben kennen nu eenmaal geen nationale grenzen. Denk hierbij aan klimaatverandering, financiële instabiliteit, terrorisme en het gebrek aan voedselzekerheid. In de stemwijzer 'kies grenzeloos' zie je hoe jouw partij denkt over klimaatverandering, armoedebestrijding, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hoe groener de scores, hoe meer jouw partij zich inzet voor duurzame internationale samenwerking.

De scores zijn gebaseerd op de beloftes in de verkiezingsprogramma's, waarin elke partij zijn prioriteiten voor de komende kabinetsperiode stelt. Als je met je cursor over de verschillende scores gaat, kun je in de pop-ups een nadere toelichting lezen op het verkiezingsprogramma en indien relevant van de inzet van die partij op het desbetreffende thema buiten het verkiezingsprogramma.

Groene scores bieden natuurlijk geen garanties voor de toekomst, maar je kunt je partij er wel aan houden!

Lees meer over grenzeloos kiezen...
  CDA Christen Unie D66 PvdA Partij voor de Dieren PVV SGP SP TON VVD
JA NEE MISSCHIEN* Deze vergelijking is uitsluitend gebaseerd op de verkiezingsprogramma's van de partijen.

DOE DE WERELDSTEMWIJZER VIA www.wereldstemwijzer.nl

INITIATIEFNEMERS

Wil de klimaatdoelstelling van de huidige regering handhaven en de uitstoot van CO2 in 2020 met 30% terugbrengen+ Het CDA wil de uitstoot van broeikasgassen verminderen met 20% in 2020. De ChristenUnie wil een CO2-reductie van 30% in 2020. D66 noemt de doelstelling van de CO2-uitstootreductie van 30% in 2020 niet in haar verkiezingsprogramma. D66 stelt dat ‘de breed gedragen Nederlandse ambitie van 20% (reductie) vereist dat echt alle zeilen bij worden gezet’. D66 noemt wel diverse maatregelen om CO2-uitstoot te reduceren. De PvdA wil dat Europese landen de CO2-uitstoot in 2020 met 30% hebben verminderd en is voor een internationaal juridisch bindend klimaatverdrag dat landen aan die afspraak houdt. De PvdD wil dat Nederland koploper wordt in de opdracht om opwarming van aarde te beperken en pleit voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 100% in 2050. PvdD noemt niet expliciet de 30% reductiedoelstelling voor 2020. Wel wil de PvdD een klimaatfonds van 0,25% BNP voor klimaatsteun voor ontwikkelingslanden. PVV heeft geen ‘klimaatbeleid’. PVV wil klimaatsubsidies stopzetten, geen emissiehandel en scheiding van klimaat-, milieu- en energiebeleid. De SGP noemt de doelstelling van een CO2-uitstootreductie van 30% in 2020 niet in haar verkiezingsprogramma. De SGP wil wel dat Nederland zich inzet voor internationale afspraken over verduurzaming van energievoorziening en reductie van CO2-uitstoot, én voor internationale samenwerking bij ontwikkelen van duurzame technologie. De SP wil de CO2-uitstoot met 30% verminderen in 2020 en wil dat naast bestaande klimaatdoelstellingen ook doelstellingen voor langere termijn (2050) worden geformuleerd. De SP vindt dat ontwikkelingslanden stevig moeten worden geholpen met opzetten van goed klimaatbeleid. Niet genoemd. De VVD wil dat Nederland minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen, zuinig omgaat met energie en de uitstoot van CO2 terugbrengt. VVD wil niet dat de overheid aan de markt voorschrijft hoe deze doelstellingen moeten worden bereikt.
Wil dat Nederland (in EU verband) exportsubsidies voor landbouwproducten afschaft.+ lees meer Het CDA wil vooral vasthouden aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van EU; ook na 2013 moet het GLB geld geven voor boeren inkomen, industrie en een vangnet vormen voor ernstige markt- en prijsverstoringen. De ChristenUnie wil de EU-exportsubsidies voor landbouw afschaffen. D66 wil beschermende maatregelen die de eigen markt bevoordelen en ontwikkelingslanden schaden, afschaffen door onder andere Europese landbouwsubsidies en importheffingen af te bouwen. De PvdA wil EU-exportsubsidies voor landbouw afschaffen. De PvdD maakt zich sterk voor het afschaffen van Europese subsidies voor export van overschotten van landbouwproducten. Niet genoemd. De SGP is voor behoud van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en directe inkomenssteun aan gezinsbedrijven. Wanneer de Europese Unie de exportsubsidies gaat afbouwen zal de SGP dit steunen. De SP wil EU-exportsubsidies voor landbouw afschaffen. TON wil EU exportsubsidies voor landbouw afschaffen omdat deze ontwikkelingslanden belemmeren om hun producten naar Europa te exporteren. De VVD wil landbouwsubsidies en handelsverstorende maatregelen wereldwijd afschaffen.
Stelt maatregelen voor om belastingontwijking door multinationals tegen te gaan en belastingparadijzen te ontmantelen.+ lees meer Niet genoemd in het verkiezingsprogramma, maar er zijn door de woordvoerder wel Kamervragen over belastingontwijking gesteld. De ChristenUnie wil internationale belastingparadijzen ontmoedigen maar noemt in het programma geen specifieke maatregelen tegen belastingontwijking door multinationals. Wel heeft de Christen Unie een manifest ondersteund dat belastingontwijking afwijst en pleit voor nieuwe, harmoniserende belastingheffingen, ook op internationaal niveau. Niet genoemd. De PvdA wil rechtvaardige belastingverdragen en stelt voor dat Nederland zich inzet voor Europese afspraken die voorkomen dat multinationals winsten onbelast uit ontwikkelingslanden wegsluizen. Niet genoemd in verkiezingsprogramma. Wel heeft de PvdD meerdere moties voor het tegengaan van belastingontwijking ondersteund. Niet genoemd. Niet genoemd. De SP wil dat arme landen worden geholpen bij het ontwikkelen van een fatsoenlijk belastingstelsel en vindt dat multinationals ook in ontwikkelingslanden voldoende belasting moeten betalen. De SP is tegen het sluiten van ‘deals’ tussen belastingdiensten en multinationals. Niet genoemd. Niet genoemd.
Stelt maatregelen voor om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij bedrijven te promoten+ lees meer Het CDA erkent het belang van MVO, maar ziet voor de overheid enkel een rol bij eigen inkoop en aanbestedingsbeleid. Ondernemingen moeten zelf MVO in hun bedrijf een plaats geven. De ChristenUnie benadrukt het belang van zelfregulering, maar wil bedrijven stimuleren om betere prestaties op het gebied van MVO te laten zien. De ChristenUnie wil onder andere duurzaam ondernemerschap stimuleren, boetes voor Nederlandse bedrijven die gebruikmaken van kinder- en dwangarbeid, en handelsovereenkomsten en subsidieregelingen mede evalueren op basis van omgang met mensenrechten. D66 wil een duurzame economie stimuleren met duurzaamheidscertificatie, een Europees beleid voor het verduurzamen van producten en productieprocessen, een duurzaam aankoopbeleid bij de overheid. Ook wil D66 dat Nederland een voortrekkersrol speelt in de internationale problematiek rond soja, hout, palmolie en biomassa. De PvdA stelt concrete maatregelen voor om MVO bij bedrijven te stimuleren, met daarin een activerende rol voor de overheid. Zo wil de PvdA dat de overheid zich inzet om bedrijven die mensenrechten schenden, strafrechtelijk te vervolgen. De PvdD wil dat de overheid kaders stelt voor verantwoord produceren en consumeren, en pleit voor duurzaamheidseisen aan producten die Nederland importeert. Niet genoemd. De SGP erkent het belang van MVO, maar dit is niet uitgewerkt in beleid, behalve dat MVO sector- en branchespecifiek moet worden aangepakt. De SGP pleit voor een terughoudende opstelling van de overheid in wettelijk sturen; de verantwoordelijkheid ligt bij burgers en bedrijfsleven. De SP wil dat Nederlandse bedrijven en hun dochterondernemingen die in het buitenland betrokken zijn bij misstanden, aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die zij hebben aangericht. Bedrijven die overheidssubsidie willen ontvangen, moeten arbeidsrechten in buitenland respecteren. Niet genoemd. MVO is geen belangrijk thema in het VVD verkiezingsprogramma. Wel stelt de partij enkele maatregelen voor om duurzaam ondernemen te stimuleren, bijvoorbeeld door lagere belastingen voor 'greentech' of garantieregelen van de overheid voor duurzame ondernemers.
Vraagt expliciet aandacht voor fragiele staten in het buitenlandbeleid.+ lees meer Niet genoemd. Niet genoemd. D66 wil dat Nederland zich in haar buitenland-, veiligheids- en ontwikkelingsbeleid sterk richt op fragiele staten en zich inzet voor een zo vroeg mogelijke internationale betrokkenheid bij deze staten, door ondersteuning van duurzame ontwikkeling, vredesdiplomatie en opbouw van maatschappelijke organisaties. De PvdA wil dat de internationale gemeenschap zo vroeg mogelijk betrokken raakt bij fragiele staten om erger te voorkomen. De PvdD vindt dat ontwikkelingssamenwerking zich onder andere op preventie van conflicten moet richten. Opbouwmissies in kader van ontwikkelingssamenwerking zijn veel beter dan militaire missies. Niet genoemd. SGP noemt ‘falende staten’ alleen in het rijtje van ingrijpende crises, samen met onder andere natuurrampen en voedselcrisis. De SP wil dat Nederland investeert in crisispreventie, vredesopbouw en bescherming van mensenrechten. Niet genoemd. Niet genoemd.
Is voorstander van eerlijke handelsakkoorden.+ lees meer CDA wil binnen de Wereld Handelsorganisatie meer aandacht voor arbeidsomstandigheden en milieu, zoals ook bepleit door de Europese Unie. Het CDA wil dat de EU hard werkt aan het afsluiten van nieuwe bilaterale handelsakkoorden, met betere afspraken over toegang van ontwikkelingslanden tot internationale markten. Het CDA noemt echter niet dat ontwikkelingslanden ruimte moeten krijgen hun markten tegen rijke landen te beschermen. De ChristenUnie wil dat handelsverdragen van de EU met ontwikkelingslanden bijdragen aan economische diversificatie, naleving van arbeidsrechten, regionale integratie en duurzame ontwikkeling. De ChristenUnie vindt dat ontwikkelingslanden voldoende ruimte moeten krijgen om opkomende bedrijfstakken tijdelijk af te schermen. D66 zet zich in voor betere toegang tot markten wereldwijd en voor verspreiding van eerlijke handelsprincipes, maar doet geen concrete voorstellen. De PvdA wil dat Europa zich meer openstelt voor producten uit ontwikkelingslanden en pleit voor eerlijkere handelsakkoorden. Zo wil de PvdA dat handelsakkoorden een sociale paragraaf bevatten en daadwerkelijk bijdragen aan lokale en regionale ontwikkeling. De PvdD wil dat boeren in Nederland en in ontwikkelingslanden een eerlijke prijs krijgen voor hun producten en werken onder gezonde omstandigheden. Producten die geproduceerd zijn met kinderarbeid, schuldslavernij of die niet voldoen aan de Nederlandse eisen moeten worden geweerd. De PVV kiest niet voor hulp maar voor handel. Handelsbarrières moeten worden afgebroken. Het is onduidelijk of de PVV eerlijke handel wil, want de partij noemt niet de mogelijkheid voor ontwikkelingslanden om hun markt te beschermen. De SGP vindt dat Nederland en de Europese Unie binnen de Wereld Handelsorganisatie ‘harder met de vuist op tafel moeten slaan’ om aandacht te vragen voor dierenwelzijn en milieu. De SGP is voor eerlijke handelsakkoorden, maar noemt echter niet dat ontwikkelingslanden ruimte moeten krijgen hun markten tegen rijke landen te beschermen. De SP wil dat de Wereld Handelsorganisatie (WHO) zich minder richt op vrijhandel en veel meer op eerlijke handel. In handelsverdragen van WHO en EU krijgen ontwikkelingslanden ruimte om delen van hun markt te beschermen. TON steunt vrijhandel, maar noemt daarbij geen maatregelen waardoor ontwikkelingslanden hun opkomende markten kunnen beschermen. Niet genoemd.
Besteedt expliciet aandacht aan de rol van vrouwen in ontwikkelingslanden.+ lees meer CDA wil ‘onverminderde aandacht’ voor de positie van vrouwen en meisjes in ontwikkelingslanden en vraagt ook aandacht voor uitvoering van Veiligheidsraadresolutie 1325, over de rol van vrouwen in conflictlanden. Niet genoemd in het verkiezingsprogramma. De ChristenUnie zet zich wel actief in tegen internationale vrouwenhandel. D66 wil dat de rol van vrouwen wordt versterkt in vredesmissies (conform Veiligheidsraadresolutie 1325). De partij wil dat Resolutie 1325 een prioriteit wordt binnen defensie en NAVO. Niet genoemd in het verkiezingsprogramma. Gelijke kansen voor vrouwen en meisjes was wel één van de speerpunten van het beleid van de vorige PvdA-minister. De PvdA heeft meerdere moties en amendementen op deze punten ingediend. Niet genoemd in verkiezingsprogramma, wel heeft de PvdD verschillende moties op dit terrein ondersteund. Niet genoemd. Niet genoemd. Niet genoemd in het verkiezingsprogramma. De SP heeft wel moties voor vrouwenrechten ondersteund. Niet genoemd. Niet genoemd.
Wil het budget - 0,8% BNP - voor ontwikkelingssamenwerking handhaven of verhogen.+ lees meer Het CDA wil 0,7% van BNP aan ontwikkelingssamenwerking besteden en 0,1% aan internationale uitgaven, zoals vredesmissies, die niet per se onder de definitie van ‘hulp’ vallen. Wel moet dit volgens het CDA ontwikkelingsrelevant besteed worden. De ChristenUnie wil dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking tenminste 0,8% van BNP blijft, met op termijn geleidelijke groei naar 1 %. De partij wil dat 0,7% van BNP wordt besteed aan Official Development Assistance en 0,1% aan klimaat- en milieudoelen. D66 wil dat Nederland 0,8% van het BNP handhaaft voor ontwikkelingssamenwerking. De PvdA wil het huidige budget van 0,8% BNP voor ontwikkelingssamenwerking handhaven. De PvdD wil het budget voor ontwikkelingssamenwerking handhaven op 0,8% van het BNP. PVV wil ontwikkelingshulp afschaffen. Alleen noodhulp blijft bestaan. De SGP is voor handhaving van 0,8% van BNP voor ontwikkelingssamenwerking. De SP wil dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt gehandhaafd op 0,8% van BNP. Oneigenlijke uitgaven uit het hulpbudget worden beëindigd. TON wil alleen onder voorwaarden noodhulp handhaven. Het budget kan met tenminste 2/3 worden verminderd. Budget wordt onafhankelijk van BNP gemaakt. De VVD stelt dat ontwikkelingssamenwerking een belangrijk onderdeel is van buitenlandbeleid, maar vindt dat te veel hulp terecht komt bij corrupte regeringen. De VVD wil het budget voor ontwikkelingssamenwerking halveren.

Wil het budget - 0,8% BNP - voor ontwikkelingssamenwerking handhaven of verhogen.

Sinds lange tijd besteedt Nederland 0,8% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking. Daarmee is Nederland een van de vijf landen die gehoor geeft aan de veertig jaar oude afspraak om minimaal 0,7% van het nationaal inkomen aan hulp uit te geven. Onverminderd investeren in ontwikkelingssamenwerking blijft nodig. Als gevolg van de economische crisis is het budget, dat gekoppeld is aan het BNP, al met 12% gedaald. Door de crisis leefden in 2009 tussen 47-84 miljoen mensen meer in extreme armoede. Mensen die buiten de boot vallen moeten kunnen rekenen op onze solidariteit. Daarnaast is het van belang voor onze eigen toekomst om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling wereldwijd en het behoud van mondiale publieke goederen zoals een schoon milieu. Tenslotte zou Nederland volgens de werkgroep Brede Heroverweging 'grote reputatieschade' oplopen als het budget voor ontwikkelingssamenwerking fors zou dalen.

Wil de klimaatdoelstelling van de huidige regering handhaven en de uitstoot van CO2 in 2020 met 30% terugbrengen

Klimaatverandering treft nu al mensen in ontwikkelingslanden. Steeds vaker vagen droogtes en natuurrampen het moeizaam opgebouwde bestaan van mensen in ontwikkelingslanden weg. De Europese Unie zette tijdens de Klimaattop in Kopenhagen (december 2009) in op een minimale CO² reductie van 20% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Wanneer andere industrielanden (VS, Japan) gelijkwaardige inspanningen zouden leveren, dan zou de EU bereid zijn om haar inzet te verhogen tot een CO2 reductie van 30%. 'Kopenhagen' werd een teleurstelling, waardoor de EU vooralsnog blijft vasthouden aan 20% reductie. Nederland heeft zich tot doel gesteld de CO2 uitstoot met 30% te verminderen. Als Nederland zijn rol als gidsland op internationaal gebied serieus neemt, zou het de lat op tenminste 30% moeten blijven leggen. Vandaar dat in de verkiezingsprogramma's is gekeken of partijen zich willen committeren aan de meer ambitieuze inzet.

Wil dat Nederland (in EU verband) exportsubsidies voor landbouwproducten afschaft.

De Europese exportsubsidies drukken boeren uit ontwikkelingslanden uit de markt. De EU heeft toegezegd om tot 2013 de exportsubsidies op landbouwproducten af te schaffen, als onderdeel van een nog af te sluiten wereldwijde handelsovereenkomst (de zogenaamde Doha-ronde). De onderhandelingen voor de Doha-ronde verkeren echter in een impasse. Dit is onder andere te wijten aan het feit dat de EU een vergaande markttoegang vraagt van ontwikkelingslanden, in ruil voor het verminderen van haar landbouwsubsidies. In 2009 heeft de EU - in tegenspraak met haar belofte - opnieuw exportsubsidies op melkproducten ingevoerd, om het hoofd te bieden aan dalende melkprijzen en oplopende overschotten. In 2013 wordt het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU herzien. Het is voor ontwikkelingslanden van belang dat de EU zich aan haar woord houdt en de exportsubsidies afschaft, ook als de Doha onderhandelingen vastlopen.

Stelt maatregelen voor om belastingontwijking door multinationals tegen te gaan en belastingparadijzen te ontmantelen.

Jaarlijks lopen ontwikkelingslanden naar schatting 160 miljard dollar mis aan belastinginkomsten. Dat is veel meer dan de wereldwijde hulp. Dit gebeurt vooral omdat multinationals handig zijn in het ontwijken van belastingbetaling. Belastingontwijking tegengaan vraagt om meer transparantie (in het bijzonder zouden multinationals gemaakte winsten en betaalde belastingen per land moeten rapporteren), automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten en om het tegengaan van belastingparadijzen (waar ook de elites uit ontwikkelingslanden handig gebruik van maken).

Stelt maatregelen voor om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij bedrijven te promoten

Naast de overheid en wij als burgers (in de rol van consument, spaarder of belegger) zal ook het bedrijfsleven zich meer verantwoordelijk moeten inzetten om mensenrechten en arbeidsrechten te respecteren, zorg te dragen voor het milieu en de gezondheid en veiligheid van hun werknemers. Er bestaan verschillende vrijwillige gedragscodes waaruit bedrijven vaak kunnen shoppen welke voor hen het beste uitkomt. De overheid moet de druk op het bedrijfsleven vergroten om maatschappelijk verantwoord ondernemen werkelijk op een hoger niveau te tillen. De praktijk in ontwikkelingslanden is ondanks de vrijwillige gedragscodes weinig anders - van het loon kan niemand rondkomen, laat staan de school van de kinderen betalen, er zijn lange werkdagen met onbetaald overwerk, kinderarbeid blijft bestaan onderin de productieketen en slachtoffers van bedrijfsactiviteiten in ontwikkelingslanden hebben weinig juridische middelen.

Vraagt expliciet aandacht voor fragiele staten in het buitenlandbeleid.

Eén miljard mensen en een derde van de allerarmsten leven in fragiele staten, waar de meest grootschalige mensenrechten- en humanitaire crises aan de orde van de dag zijn. Deze staten kennen ernstige politieke en sociale spanningen, met negatieve gevolgen voor de veiligheid van haar burgers, de regio en de rest van de wereld.

Om conflicten te voorkomen is het belangrijk dat de internationale gemeenschap in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken is bij fragiele staten, onder andere door te investeren in conflictpreventie.

Is voorstander van eerlijke handelsakkoorden.

Internationale handel is belangrijk voor economische ontwikkeling. Dit wil niet zeggen dat economische ontwikkeling altijd gebaat is met het openen van de landsgrenzen. De markten van ontwikkelingslanden zijn vaak nog onvoldoende ontwikkeld om volwaardig te kunnen concurreren met bedrijven uit ontwikkelde landen. Het tijdelijk beschermen van strategische, maar nog niet volwassen sectoren, blijkt vaak noodzakelijk voor latere economische ontwikkeling. Nokia bijvoorbeeld kreeg zeventien jaar bescherming van de Finse regering om zich te ontwikkelen. Ook voor de 'Aziatische tijgers' is het tijdelijk beschermen van de eigen markt van groot belang geweest voor het economisch succes.

Besteedt expliciet aandacht aan de rol van vrouwen in ontwikkelingslanden.

Armoede treft vooral vrouwen. Daarnaast kunnen juist vrouwen een drijvende kracht zijn achter verandering en ontwikkeling. Bijzondere aandacht voor de positie van vrouwen is daarom van groot belang. Hierbij is het van belang dat VN Resolutie 1325 de aandacht krijgt die het verdient omdat vrouwen hierdoor worden beschermd tegen geweld in tijden van conflict maar ook omdat vrouwen worden erkend als echte partners bij conflictresolutie en vredesopbouw. Andere aandachtspunten kunnen zijn: het verbeteren van de toegang tot reproductieve gezondheidszorg, vrouwen als belangrijke spelers in economische ontwikkeling en aandacht voor vrouwelijk leiderschap.