Wil het budget - 0,8% BNP - voor ontwikkelingssamenwerking handhaven of verhogen.
Sinds lange tijd besteedt Nederland 0,8% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking. Daarmee is Nederland een van de vijf landen die gehoor geeft aan de veertig jaar oude afspraak om minimaal 0,7% van het nationaal inkomen aan hulp uit te geven. Onverminderd investeren in ontwikkelingssamenwerking blijft nodig. Als gevolg van de economische crisis is het budget, dat gekoppeld is aan het BNP, al met 12% gedaald. Door de crisis leefden in 2009 tussen 47-84 miljoen mensen meer in extreme armoede. Mensen die buiten de boot vallen moeten kunnen rekenen op onze solidariteit. Daarnaast is het van belang voor onze eigen toekomst om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling wereldwijd en het behoud van mondiale publieke goederen zoals een schoon milieu. Tenslotte zou Nederland volgens de werkgroep Brede Heroverweging 'grote reputatieschade' oplopen als het budget voor ontwikkelingssamenwerking fors zou dalen.
Wil de klimaatdoelstelling van de huidige regering handhaven en de uitstoot van CO2 in 2020 met 30% terugbrengen
Klimaatverandering treft nu al mensen in ontwikkelingslanden. Steeds vaker vagen droogtes en natuurrampen het moeizaam opgebouwde bestaan van mensen in ontwikkelingslanden weg. De Europese Unie zette tijdens de Klimaattop in Kopenhagen (december 2009) in op een minimale CO² reductie van 20% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Wanneer andere industrielanden (VS, Japan) gelijkwaardige inspanningen zouden leveren, dan zou de EU bereid zijn om haar inzet te verhogen tot een CO2 reductie van 30%. 'Kopenhagen' werd een teleurstelling, waardoor de EU vooralsnog blijft vasthouden aan 20% reductie. Nederland heeft zich tot doel gesteld de CO2 uitstoot met 30% te verminderen. Als Nederland zijn rol als gidsland op internationaal gebied serieus neemt, zou het de lat op tenminste 30% moeten blijven leggen. Vandaar dat in de verkiezingsprogramma's is gekeken of partijen zich willen committeren aan de meer ambitieuze inzet.
Wil dat Nederland (in EU verband) exportsubsidies voor landbouwproducten afschaft.
De Europese exportsubsidies drukken boeren uit ontwikkelingslanden uit de markt. De EU heeft toegezegd om tot 2013 de exportsubsidies op landbouwproducten af te schaffen, als onderdeel van een nog af te sluiten wereldwijde handelsovereenkomst (de zogenaamde Doha-ronde). De onderhandelingen voor de Doha-ronde verkeren echter in een impasse. Dit is onder andere te wijten aan het feit dat de EU een vergaande markttoegang vraagt van ontwikkelingslanden, in ruil voor het verminderen van haar landbouwsubsidies. In 2009 heeft de EU - in tegenspraak met haar belofte - opnieuw exportsubsidies op melkproducten ingevoerd, om het hoofd te bieden aan dalende melkprijzen en oplopende overschotten. In 2013 wordt het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU herzien. Het is voor ontwikkelingslanden van belang dat de EU zich aan haar woord houdt en de exportsubsidies afschaft, ook als de Doha onderhandelingen vastlopen.
Stelt maatregelen voor om belastingontwijking door multinationals tegen te gaan en belastingparadijzen te ontmantelen.
Jaarlijks lopen ontwikkelingslanden naar schatting 160 miljard dollar mis aan belastinginkomsten. Dat is veel meer dan de wereldwijde hulp. Dit gebeurt vooral omdat multinationals handig zijn in het ontwijken van belastingbetaling. Belastingontwijking tegengaan vraagt om meer transparantie (in het bijzonder zouden multinationals gemaakte winsten en betaalde belastingen per land moeten rapporteren), automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten en om het tegengaan van belastingparadijzen (waar ook de elites uit ontwikkelingslanden handig gebruik van maken).
Stelt maatregelen voor om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij bedrijven te promoten
Naast de overheid en wij als burgers (in de rol van consument, spaarder of belegger) zal ook het bedrijfsleven zich meer verantwoordelijk moeten inzetten om mensenrechten en arbeidsrechten te respecteren, zorg te dragen voor het milieu en de gezondheid en veiligheid van hun werknemers. Er bestaan verschillende vrijwillige gedragscodes waaruit bedrijven vaak kunnen shoppen welke voor hen het beste uitkomt. De overheid moet de druk op het bedrijfsleven vergroten om maatschappelijk verantwoord ondernemen werkelijk op een hoger niveau te tillen. De praktijk in ontwikkelingslanden is ondanks de vrijwillige gedragscodes weinig anders - van het loon kan niemand rondkomen, laat staan de school van de kinderen betalen, er zijn lange werkdagen met onbetaald overwerk, kinderarbeid blijft bestaan onderin de productieketen en slachtoffers van bedrijfsactiviteiten in ontwikkelingslanden hebben weinig juridische middelen.
Vraagt expliciet aandacht voor fragiele staten in het buitenlandbeleid.
Eén miljard mensen en een derde van de allerarmsten leven in fragiele staten, waar de meest grootschalige mensenrechten- en humanitaire crises aan de orde van de dag zijn. Deze staten kennen ernstige politieke en sociale spanningen, met negatieve gevolgen voor de veiligheid van haar burgers, de regio en de rest van de wereld.
Om conflicten te voorkomen is het belangrijk dat de internationale gemeenschap in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken is bij fragiele staten, onder andere door te investeren in conflictpreventie.
Is voorstander van eerlijke handelsakkoorden.
Internationale handel is belangrijk voor economische ontwikkeling. Dit wil niet zeggen dat economische ontwikkeling altijd gebaat is met het openen van de landsgrenzen. De markten van ontwikkelingslanden zijn vaak nog onvoldoende ontwikkeld om volwaardig te kunnen concurreren met bedrijven uit ontwikkelde landen. Het tijdelijk beschermen van strategische, maar nog niet volwassen sectoren, blijkt vaak noodzakelijk voor latere economische ontwikkeling. Nokia bijvoorbeeld kreeg zeventien jaar bescherming van de Finse regering om zich te ontwikkelen. Ook voor de 'Aziatische tijgers' is het tijdelijk beschermen van de eigen markt van groot belang geweest voor het economisch succes.
Besteedt expliciet aandacht aan de rol van vrouwen in ontwikkelingslanden.
Armoede treft vooral vrouwen. Daarnaast kunnen juist vrouwen een drijvende kracht zijn achter verandering en ontwikkeling. Bijzondere aandacht voor de positie van vrouwen is daarom van groot belang. Hierbij is het van belang dat VN Resolutie 1325 de aandacht krijgt die het verdient omdat vrouwen hierdoor worden beschermd tegen geweld in tijden van conflict maar ook omdat vrouwen worden erkend als echte partners bij conflictresolutie en vredesopbouw. Andere aandachtspunten kunnen zijn: het verbeteren van de toegang tot reproductieve gezondheidszorg, vrouwen als belangrijke spelers in economische ontwikkeling en aandacht voor vrouwelijk leiderschap.